4.13. Aarding van de O.W.

Vrije hoogte portiek kant bovenleidingspalen

a) AT kant palen

b) AT kant uiteinde consoles

Vrije hoogte portiek kant uiteinde consoles

a) AT kant palen

Opmerking: Indien 2 of meerdere OW dicht bij elkaar gelegen zijn moet de bijkomende aardingskabel aan het uiteinde v.d. consoles doorgetrokken worden.

b) AT kant uiteinde consoles

Algemene opmerkingen

  • De regels om te bepalen of de OW portiek al dan niet geaard moet zijn en het type aarding (AT of AK) zijn te vinden in RTV 403.034.
  • De detail van de opstellinegn A, B, C, G, G', H en J: zie plan 428.030.
  • De aardingskabels 1, 2 en 3 zijn in Almelec 75 mm².
  • Aanlegspanning van de aardingskabels bij 15°C :
    • 1 en 3 = 3480 N
    • 2 = 1000 N