4 - PIKETTERING
Inhoud
- 4.1. Lengtes van spanwijdtes
- 4.2. Rijdraadhoogte
- 4.3. Afstanden paal-spoorstaaf
- 4.4. Pendulering van de bovenleiding
- 4.5. Excentriciteit
- 4.5.1. Excentriciteit van een doorgaande bovenleiding
- 4.5.2. Excentriciteiten aan spanuitrustingen met 4 spanwijdtes - S- en C-Bvl
- 4.5.3. Excentriciteiten aan spanuitrustingen met 3 spanwijdtes - R3-Bvl
- 4.5.4. Excentriciteiten aan luchtstroken met 4 spanwijdtes - S- en C-Bvl
- 4.5.5. Excentriciteiten aan luchtstroken met 4 spanwijdtes en afstand van 20 cm tussen de bovenleidingen - S- en C-Bvl
- 4.5.6. Excentriciteiten aan luchtstroken met 3 spanwijdtes - S- en C-Bvl
- 4.5.7. Excentriciteiten aan luchtstroken met 5 spanwijdtes - R3-Bvl
- 4.6. Uitrusting van de spoortoestellen
- 4.7. Verschillende nummeringen
- 4.8. Aanduidingen op de palen en verankeringsuiteinden
- 4.9. Isolatie afstanden
- 4.10. Uitrusting van de overbruggingen
- 4.11. Uitrusting van tunnels
- 4.12. Tir
- 4.13. Aarding van de O.W.
- 4.14. Inplanting VLD-HV
- 4.15. Inplanting PF-verbindingen
- 4.16. Inplanting E-verbindingen
Typeplan(nen)
- Apps Catenary;
- Pendules;
- 420.031: Excentriciteiten +20/-20;
- 410.009: Aanduidingen op de palen en verankeringsuiteinden
- 452.004: Spanuitrustingen Compound bovenleidingen Opstelling
- 481.035: Bepalen van de beperkte systeemhoogten bij nevenliggende portieken met vrije doorgang voor de bovenleiding
- 428.032: Aarding van vrije hoogte portiek voor overweg Principes
- 403.035: Terugstroomkring, aarding en kathodische bescherming. Deel 5: Gebruik van de spanningsbegrenzer VLDHV
- 477.040: Elektrische verbindingen;
- 403.110: Deel 10: Het vrije ruimteprofiel in de hoogte – minimale rijdraadhoogte van de bovenleidingen
- 441.039: Inplanting van massieven en palen In volle baan;
- 480.001: Vrije hoogtes van kunstwerken;
- 441.051: Inplanting van een paal op een perron