Excentriciteiten
Dit hulpmiddel maakt het mogelijk de optimale excentriciteit te berekenen.
Eerst moet bepaald worden of de excentriciteit geforceerd is in de begin- en spanwijdtes, dit zijn de eerste spanwijdtes zonder verhogings - of ankerpalen (‘v’ en ‘a’).
In deze twee spanwijdtes kan men de excentriciteit van de linkerpaal (Left) en rechterpaal (Right) kiezen.
Als de excentriciteit op 0 blijft, wordt deze niet geforceerd en kiest Pendules de verschuiving die hij optimaal acht voor deze palen.
Als je de excentriciteit op 0 wilt forceren, voer dan een waarde zeer dicht bij 0 in, bijvoorbeeld 0.0001.
In dit voorbeeld wordt de excentricitieit dus niet geforceerd.
Door op « Calculate Optimal Staggers » te klikken, toont Pendules de berekende optimale excentriciteiten. Er kunnen meerdere oplossingen zijn; het is aan jou om te kiezen uit de verschillende voorstellen.
In het bovenstaande voorbeeld geeft de kolom « Pen » de excentriciteit uit het .pen-bestand weer.
De kolommen « 1 » en « 2 » geven de optimale excentriciteiten berekend door Pendules weer. Pendules kan tot 10 optimale excentriciteiten voorstellen.
Door op het tabblad « Charts » te klikken, krijg je toegang tot grafieken om de beste excentriciteiten te vergelijken en te kiezen.
Staggers whole span
Toont de excentriciteiten over de gehele spanwijdte, in cm.
Midspan staggers
Toont de excentriciteiten in het midden van elke spanwijdte, in cm.
Alfa at poles
Toont de alfa-hoeken (in rad) bij elke paal.
Bij elke paal oefenen de richtstangen (of buizen) een zijwaartse trek uit op de bovenleiding, wat een lichte afwijking van de trajectlijn veroorzaakt.
De bovenleiding volgt dus geen perfect rechte lijn meer, maar vormt een kleine hoek bij elke paal.
De α (alpha) wordt gedefinieerd als de spitse hoek tussen de richtstang van de bovenleiding (na de richtstangen) en de richting die de bovenleiding zou hebben gevolgd als ze verder rechtdoor was gegaan vóór hoek alfa.
De gele lijn geeft een hoek van 0,07 rad aan; als de excentriciteit kleiner is dan deze waarde, moeten er geen richtstang geplaatst worden.
De rode lijn geeft 0,028 rad aan; als de hoek alfa groter is dan deze waarde, moeten er gebogen richtstangen geplaatst worden.
Opmerking: Voor een R3-bovenleiding bijvoorbeeld, omdat er bij elke paal richtstanhen nodig zijn, moet de excentriciteit >0,07 rad zijn.
Balayage per spanwidth
Toont het schuren van de rijdraad op de pantograaf, in cm/100m. Dit is de afsstand die door de draad wordt geschuurd over de pantograaf alsof de trein 100 m rijdt met de gedefinieerde excentriciteit binnen dezelfde spanwijdte.
Normalized stagger histograms
Toont de verdeling van de excentriciteit.
Op de X-as de waarde van de excentriciteit (tussen -60 en +60 cm) en op de Y-as het % van de excentriciteit.
Bijvoorbeeld in de grafiek hieronder kan men zeggen dat ongeveer 4,5% van de excentriciteiten van de groene en de bruine voorstellen op 0 cm liggen. En geen enkele excentriciteit is kleiner dan -23 cm of groter dan +21 cm.
Terwijl 2,8% van de excentriciteiten van het blauwe voorstel (.pen-bestand) op 0
liggen. En deze excentriciteit heeft extremere waarden (de curve is breder) dan de
andere twee. 
