Overzicht van een penduleringsfiche

Tip: Klik op en om te navigeren tussen de spanwijdtes.
Nr. Afkorting Betekenis
1 R3, C, ... Type bovenleiding
2 Naam van de bovenleiding
3 Totale lengte van de spanlengte
4 Afstand van de linkse paal t.o.v. de eerste paal – totale lengte – afstand van de rechtse paal t.o.v. de laatste paal
5 Rm De gemiddelde horizontale kromtestraal in het midden spanwijdte
6 Naam van de constructie
7 Vo1, Vo2 Ophangkracht
8 yp1, yp2 Niveauverschil tussen de as van de draagkabel ter hoogte van de ophanging en de laagste spoorstaaf
9 E1, E2 Systeemhoogte
10 e1, e2 Excentriciteit
11 Type richtstang en kracht op de hoofddraagkabel
12 Type buis en kracht op de buis (van de rijdraad)
13 ΔP Niveauverschil tussen het draaipunt van buis-richtstang en de rijdraad/draden
14 hc1, hc2 Hoogte van de rijdraad
15 zsp1, zsp2 Niveau van de laagste spoorstaaf
16 h1, h2 Verkanting
17 hcm Hoogte van de rijdraad in het midden van de spanwijdte
18 fcm Doorhang van de rijdraad in het midden van de spanwijdte t.o.v. de rechte lijn tussen de ophangpunten (verticaal gemeten)
19 Lengte van de schuivende hangers gemeten vanaf de as van de hulpdrager tot aan het contactvlak van de rijdraad. Opmerking: wordt enkel weergegeven indien de waarde niet 204 mm bedraagt.
20 Gav1,Gav2,… Gv1,Gv2,… Wanneer buis of richtstang niet gespecificeerd is, wordt de kracht op de rijdraad (G…) of de hulpdrager (Ga…) zo genoteerd. De letter die volgt op G (rijdraden) geeft de code van de constructie weer. De letter die volgt op Ga.. (hulpdrager) geeft de code van de constructie weer. In dit geval geeft de “v” een verhogingspantiek aan.
21 ya1, ya2 Hoogte van de hulpdrager, op verhogingportiek of verankeringpaal
22 ln De eerste kolom van de tabel geeft weer: Eerste en laatste lijn: naam van de constructie. Lijnen met een cijfer, bv. 3: nummer van een normale hanger. Lijnen met een cijfer en een letter, bv. 3k of 3s: nummer van een speciale hanger.
23 xh Afstand tussen de hanger en de linkse constructie van de spanwijdte
24 _xh Afstand tussen de hanger en de rechtse constructie van de spanwijdte
25 e Afstand tussen de hanger en de vorige hanger of constructie
26 lh Theoretische lengte van de hanger gemeten vanaf de as van de hoofddraagkabel tot het contactvlak van de rijdraad of de hulpdrager
27/28 fc1, fc2 Pijl van de rijdraad ter hoogte van de hanger t.o.v. de rechte verbinding tussen de ophangpunten. Opmerking: waarden zijn positief indien de rijdraad erboven loopt en negatief indien de rijdraad eronder loopt.
29 hc Hoogte van de rijdraad ter hoogte van de hanger, loodrecht op de spoor
30 yp Niveauverschil tussen hoofddraagkabel en laagste rail ter hoogte van de hanger (verticaal gemeten)
31 va Ophangkracht in de grote hanger. Opmerking: waarden zijn negatief bij drukkracht en positief bij trekkracht.
32/33 vc1, vc2 Ophangkrachten in de schuivende hangers. Opmerking: waarden zijn negatief bij drukkracht en positief bij trekkracht.
34 Xb1,Xb2 Vh1,Vh2 i1,i2 Brug: Xb1,Xb2: afstand van begin (1) en einde (2) van de brug t.o.v. de linkse constructie. Vh1, Vh2 : vrije hoogte van de brug (links en rechts). (i1, i2): isolatieafstanden - afstand tussen resp. begin of einde van de brug en de hoofddraagkabel. Vrije hoogte van de brug (links en rechts). Isolatieafstand: afstand tussen begin of einde van de brug en de hoofddraagkabel.
35 MS.., F…, P…, E…, A.., C…, H3-160, H25-... Symbool en voorstelling op de bovenleiding van de elektrische verbinding of de compacte sectie-isolator
36 Visuele voorstelling van de rijdraad en ophangingen
37 Beschermde hoofddraagkabel
38 Verboden zone voor hangers, bv. plaats van kruising met een andere bovenleiding